| wedstrijden

16-03-10

interview met Pieter Marechal

“We moeten afstappen van het principe van de rustige vastheid”

Pieter Marechal vindt dat jongeren gerust wat vuur in de politiek mogen brengen.

Het is bijna een jaar nu dat Pieter Marechal nationaal voorzitter is van Jong CD&V.  Hij wil met zijn organisatie voorsprong nemen op moederpartij CD&V en schuwt daarom ook de kritiek niet op de eigen partij. Met een uitgebreid programma over onze sociale zekerheid wil hij weerklank vinden bij de regering en zorgen dat het beleid in een stroomversnelling komt.


Wegen op het beleid

Hoe weegt een belangenvereniging op het beleid?

Pieter Marechal: “Dat doen we op verschillende manieren.  Eerst en vooral als jong cd&v zelf door intern in de partij onze stellingen en visie te verkondigen. Met intern bedoel ik dat we zelf langsgaan op de kabinetten, bij het politieke bestuur en proberen daar zoveel mogelijk onze standpunten aan de man te brengen.

Extern wegen we op het beleid door met de media te werken. We publiceren opiniestukken, we schuiven in interviews bepaalde standpunten naar voor. De mensen die dat lezen, ook van onze partij, kunnen zo overtuigd worden van onze denkwijze.

Rechtstreeks wegen we op het beleid omdat ook leden van Jong CD&V parlementslid zijn, die kunnen op een rechtstreekse manier het beleid beïnvloeden. Soms nemen ze zelfs sommige van onze voorstellen mee naar het parlement.

Ik denk ook dat de nieuwe media heel belangrijk zijn geworden. Facebook,  Twitter, blogs en Netlog zijn fora waar veel jongeren op actief zijn. Als wij een persbericht versturen naar de media, plaatsen wij ook altijd een link op onze sociale netwerksites zodat mensen die het bericht niet lezen in bv. de krant dat wel kunnen op Facebook.

De rol van de traditionele media zal volgens mij in de toekomst hetzelfde blijven, we zullen altijd met persberichten blijven werken. Maar om zo veel mogelijk mensen te bereiken nemen we vanaf nu de weblogs en sociale netwerk sites erbij.”

Zijn er thema’s waarbij Jong CD&V niet au serieux wordt genomen?

Marechal: “Bij ons zijn in principe alle thema’s bespreekbaar. Het komt allemaal op voorbereiding aan eigenlijk. Als we een standpunt voor besparingen verdedigen maar nog niet goed weten hoe we effectief gaan besparen, dan kan je niet au serieux genomen worden. Je moet altijd zorgen dat je kan antwoorden op de moeilijkere vragen en punten die daarbij komen kijken. Dat is de enige manier om serieus genomen te worden.”

De nieuwe garde

Op uw blog staat dat u niet akkoord gaat met het voorstel van staatssecretaris Schouppe om de alcohollimiet voor jonge chauffeurs naar 0.2 promille terug te brengen. U vindt dat er op die manier gediscrimineerd wordt tegen de jeugd.  Is er hier sprake van een botsing tussen de oude garde en de nieuwe brigade?

Marechal: “Een botsing tussen generaties zou ik niet noemen. Ik denk dat we eerder op een verschillende manier een probleem willen aanpakken. Het uitgangspunt is min of meer hetzelfde maar onze visie verschilt wel.  Schouppe wil ook de verkeersveiligheid verhogen en wil zorgen dat er zo minder jongeren in ongevallen betrokken raken , dat willen wij ook. Maar hij doet dat door die jongeren heel rechtstreeks te treffen door te zeggen dat er voor hen een verschillende regel is dan voor de andere. Wij vinden dat de regels voor iedereen hetzelfde moeten zijn. Cijfers tonen ook aan dat er veel meer ouderen zijn die dronken achter het stuur kruipen dan jongeren. “

Een studie van de Katholieke Universiteit Leuven toont aan dat jongeren doorgaans conservatiever zijn dan de voorgaande generatie. Is het vanzelfsprekend dat Jong CD&V een meer progressieve lijn vaart dan de moederpartij?

Marechal: “Ik denk dat het belangrijk is dat jong CD&V durft voorlopen op bepaalde zaken die CD&V misschien over vijf à tien jaar als normaal partijstandpunt zal hebben. Bij jong CD&V spreken we van ‘durven voorsprong nemen’.  We moeten durven afstappen van het principe van ‘rustige vastheid’ , jongeren mogen gerust voor wat vuur zorgen en moeten inderdaad durven kijken, hoe we de dingen vandaag al kunnen oplossen, eerder dan te wachten tot overmorgen.”

Huis van onze welvaart

Het huis van onze welvaart, de sociale zekerheid, is een constructie van de christen-democratie.   Nu zitten er barsten in de funderingen. Maar is het huis niet goed gebouwd of is niet goed onderhouden ?

Marechal: “Ik denk dat het niet goed onderhouden is. Ik denk dat, en de verantwoordelijkheid ligt uiteraard overal. Dus, het is gemakkelijk om nu te zeggen, paars heeft tijdens 8 economisch heel goede jaren niets aan de kant gezet, maar ja, CD&V heeft nu ook nog geen grote hervormingen durven doorvoeren in de laatste jaren  dat zij nu aan de macht zijn geweest.  Daarvoor zijn er ook fouten gemaakt. In de tijd van Martens zijn er enorme putten gemaakt die daarna weer zijn moeten gevuld worden door Dehaene, dus iedereen heeft fouten gemaakt.”

Als het huis dreigt in te storten, denkt u dat onze generatie desnoods een nieuw huis, beter aangepast aan onze tijd, moet bouwen ?

Marechal: “Ik denk dat we eerder zullen moeten renoveren. Er zijn een aantal keuzes die we nu zullen  moeten maken waardoor we terug volgens dezelfde plannen die er toen waren, zijn getekend, en dat huis kan blijven maar zal gerenoveerd moeten  worden. En dat zal op een nieuwe manier moeten aangepakt worden, en dat is de uitdaging voor onze generatie en eigenlijk voor de politici die aan de macht zijn, die nu de kans hebben om er iets aan te doen. Zij moeten daar vandaag mee beginnen zodanig dat wij straks terug in een stevig huis en niet in een bouwvallige hut moeten gaan leven, bij wijze van spreken.”

Om de problemen met onze sociale zekerheid op te lossen formuleert u op de website van VOKA samen met mensen van Jong VLD en Jong N-VA maatregelen om bv. mensen langer aan het werk  te houden. In tegenstelling tot uw collega’s , die het duidelijk willen afschaffen, zegt u in dat betoog niks over het ambtenarenstatuut.

Marechal: “Wij zijn ook wel voor de afschaffing van het ambtenarenstatuut maar dat komt bij ons niet op het voorplan bij de aanpak van de problemen van de sociale zekerheid. Het belangrijkste is dat we met een kleinere groep de gestegen kosten van de sociale zekerheid zullen moeten betalen. De pensioenen, sociale uitkeringen en invaliditeitsvergoedingen kunnen we alleen blijven betalen als we met zijn allen langer aan het werk blijven.”

U legt de nadruk ook tijdens datzelfde betoog op snelle hervorming, want met de vergrijzing van de bevolking stijgen de lonen en lasten, maar valt dat hele discours niet een beetje in het water met de beslissing van Leterme om de staatshervorming nu op de lange termijn  aan te pakken ?   

Marechal: “De staatshervorming is ook essentieel. Als ons welvaartssysteem moet blijven werken dan moet je inderdaad een nieuwe manier van werken vinden en nieuwe herverdelingen doen. Dus die staatshervorming moet er inderdaad komen. Yves Leterme schuift dat nu wat op de lange baan, dat  is jammer, wij hadden liever gezien dat er effectief iets gebeurt en we zijn benieuwd of het nog deze legislatuur kan gebeuren. We blijven dus wachten op de nodige hervormingen.”

In verband met de ‘rustige vastheid’ van de voormalige premier Herman Van Rompuy heeft u kritiek op de laatste begrotingsopmaak. Van Rompuy heeft volgens u te weinig bespaard en ook te weinig maatregelen genomen om dat te doen. Daarmee heeft u eigenlijk kritiek op uw eigen premier. Wordt dat u in dank afgenomen?

Marechal: “Zoals ik al eerder zei word je pas serieus genomen als je op een onderbouwde manier iets brengt. Toen mijn kritiek in de media verscheen, was het verhaal al bekend in mijn partij. Iedereen in de partij wist wat onze visie was, daar hadden we over gepraat en we hebben zelfs ideeën uitgewisseld. De partij was gewoon niet klaar om onze voorstellen te gebruiken, dat is alles. Ik heb daar intern nooit kritiek over gekregen en ben er dus nooit voor op de vingers getikt.”

Martijn rogiers

 

05-01-10

Overschouwing werkstraffen in België tot 2009

Overschouwing werkstraffen in België tot 2009

 

Werkstraffen en leerstraffen zijn populair bij de rechters. Leerstraffen richten zich specifiek naar jongeren en zullen wij hier niet behandelen. Uit een parlementaire vraag en mediaonderzoek blijkt dat er in het jaar 2002 toen de werkstraf een autonome straf werd, waren slechts 566 gevallen, in 2005 8686 en in 2006 waren dat er al meer dan 10000. In januari 2009 telde het systeem nog altijd maar 10000 plaatsen, maar is wel al een wachtlijst van 1732. Het systeem heeft zijn limieten bereikt en niet enkel in België. Dat blijkt uit de studie “Leren en werken als straf” die  de Vrije Universiteit Brussel en de Université de Liège in 2007 uitvoerden. Voor de stagnatie vinden wij twee oorzaken. De eerste is de kafkaiaanse toestanden om aan financiering te raken en de tweede is het principe van de werkstraf zelf.

 

 Op dit moment zijn er verschillende manieren van subsidiëring mogelijk waardoor er een zware ongelijkheid op het vlak van financiering optreedt. Het ministerie van Justitie financiert zelf enkele projecten volledig, terwijl andere projecten met moeite de werkingskosten terugbetaald krijgen door het Globaal Plan. De procedure voor financiering in het Globaal Plan is omslachtig. Het budget zit bij Binnenlandse Zaken en moet door Justitie worden aangevraagd. Justitie moet het dan ter beschikking stellen van steden en gemeenten die daar personeel mee kunnen aanwerven. Deze procedure moet elk jaar nieuw worden doorlopen. Het Koninklijk besluit rond de financiering dateert nog van 2003, een jaar nadat werkstraf een autonome straf werd en dus voor de immense toename van het aantal uitgesproken werkstraffen. De laatste twee jaar erkent de minister van Justitie het probleem zijn beleidsverklaring en neemt zich hierin voor om er iets aan te doen. De laatste wetgeving rond werkstraffen is van 2007 en handelt totaal niet over de financiering, maar over het feit dat de staat werkgestraften niet verzekert tegen werkongevallen. Voorlopig is hier dus nog niets veranderd, terwijl de eerder genoemde studie dat wel al als een probleem aankaartte.

 

Volgens de Gentse justitieassistent Quinten Vandermeersch is de werkstraf een zeer goed principe. Een werkstraf sanctioneert mensen voor hun misdrijf, maar toch haalt ze hun hele leven niet overhoop gehaald. Mensen die effectief naast hun straf een job hebben, ervaren deze dan ook echt als een straf, want het uitvoeren van de straf neemt hun normale vrije weekends en avonden in. Hier ligt dan ook het tweede probleem. Vele prestatieplaatsen hebben plaatsen over tijdens de week, maar komen er te kort in de weekends en de avonden. Hierdoor loopt de termijn voor uitvoering veelal uit dan het wettelijke voorziene jaar.  Over het niet uitvoeren van de straf was de justitieassistent duidelijk. Niet uitvoeren wordt gesanctioneerd met gevangenisstraf. Natuurlijk is er de richtlijn dat dat straffen onder een bepaalde periode niet worden uitgevoerd, maar die zouden volgens de justitieassistent terecht komen in het systeem van elektronisch toezicht en ontlopen dus niet hun straf. Voor de rest zijn er in Gent niet veel andere problemen. Ook in Torhout blijken de problemen beperkt.

 

Of werkstraffen nu werkelijk effectief goed werken en of werkgestraften zich gestraft voelen is tot op heden nog niet veel bekend, maar half 2010 komt er een studie "Beleving van de veroordeelde tot een werkstraf" door de Katholieke Universiteit Leuven en Université de Liège uit onder leiding van professor Katrien Lauwaert.

Door: Sophie Pycke, Martijn Rogiers, David Verhelst 

Bronnen gebruikt bij ons onderzoek:
Kranten via mediargus
Parlementaire vragen via www.dekamer.be en www.senaat.be
Beleidsverklaringen door de minister van Justitie via www.dekamer.be
Wetgeving via www.staatsblad.be                                                            Leren en werken als straf: een studie door de VUB en de ULG
Persoonlijke contacten met justitieassistent in Gent                                           

Dank aan Bruno Debaenst, Universiteit Gent

interview met Hilde Vautmans

“Als je de problemen van dichtbij gezien hebt kun je er veel meer gepassioneerd over spreken en meer mensen overtuigen”

Hilde Vautmans is fractieleider in de Kamer

 

Deze politica uit Hasselt is gespecialiseerd in defensie en ontwikkelingssamenwerking. Ze gaat dikwijls op het terrein om zich te informeren over maatschappelijke thema’s. In manege Woutershof in Haspengouw schetst ze haar politieke carrière.

 


Hoe oud was u toen u voor het eerst over politiek dacht?       

 

Dat is geen makkelijke vraag, thuis werd altijd wel iets gezegd over politiek omdat mijn oom in de politiek zat.” Valère Vautmans, haar oom, was kabinetschef en later senator voor Open vld. Hilde vertelt dat ze mee mocht op campagne toen ze klein was : “we gingen affiches plakken, folders uitdelen en de mensen aanspreken.” Als kind wist ze niet goed wat te denken over politiek, “het inhoudelijk denken kwam er pas op het eind van het middelbaar en aan het begin van de universiteit toen ik sociologie begon te studeren.” Ze had toen nooit gedacht dat ze in de politiek zou terechtkomen.

 

“ik vond dat het geen kwaad kon het parlement zelf te ontdekken”

 

Hoe bent u dan toch in dat circuit terecht gekomen?

 

“Nadat ik mijn diploma sociologie behaalde, ging ik nog voor een master in de criminologie. Door die opleiding werkte ik met seropositieve prostituees in een Antwerps hulpcentrum. Oom Valère vroeg me elke week hoeveel mensen ik geholpen had.” Hilde hielp verslaafden aan methadon, gaf condooms aan prostituees en ging thuis op bezoek bij mensen. “Je zou beter in de politiek komen want als je één wet maakt dan help je tien miljoen mensen”, met deze uitspraak die nu Hilde’s lijfspreuk is, probeerde haar oom haar te overtuigen om in de politiek te stappen. Hij bood haar een job aan als medewerkster in de Senaat.

 

“Op dat moment had ik nog twee andere jobaanbiedingen in de zorgsector”, in die sector wilde Hilde graag aan de slag. Tegenover het parlement stond ze nogal sceptisch “en dat is de reden waarom ik er zo door geïntrigeerd ben”, vertelt ze. “Ik was nieuwsgierig en vond dat het geen kwaad kon het parlement zelf te ontdekken.”

 

“Tijdens het laatste jaar criminologie koos ik voor de Senaat en ben bij mijn oom gaan werken.” Hij deed haar de belofte dat als ze het niet leuk zou vinden, ze zonder schuldgevoelens zou kunnen stoppen.

“Mijn oom was voorzitter van de commissie Buitenlandse Aangelegenheden van de Senaat, daar begon het onderzoek naar de moord op de in ’94 vermoorde Belgische Para’s in Rwanda.” Hilde hoorde bij hem in de commissie veel over het onderwerp en is zelf erg gefascineerd door Afrika. “Guy Verhofstadt was verslaggever van het onderzoek en vroeg mij om hem daarbij te helpen. Dat waren mijn eerste stappen op het politieke toneel.”

 

“Het jaar 1999 was de moeder van alle verkiezingen.” In dat jaar vielen de Europese, federale, en regionale verkiezingen samen, “alle partijen hadden veel kandidaten nodig om hun lijsten te vullen.” Hilde’s oom wilde dat jaar stoppen maar daar was de VLD niet mee opgezet, want Valère zorgde voor veel stemmen. “Om de Vautmans stemmen te recupereren kreeg ik de zevende plaats voor het Vlaams parlement aangeboden”, zegt ze daarover. “Dankzij het verkiezingsresultaat kon ik die plaats verzilveren en ben ik in dat circuit gelanceerd.”

 

Afrika

“Het enige wat die vrouw had was haar eigen kleding en een bolle buik, voor de rest had ze niks”

 

 

 

 

 


U zei dat u een passie heeft voor Afrika. Hebt u een speciale interesse voor de Afrikaproblematiek rond vrouwenverkrachtingen, kindsoldaten, HIV/AIDS?

 

Vautmans: “Ik had al een passie voor Afrika voor ik in de politiek zat, die is alleen maar aangewakkerd door de politiek.” In ’99 was ze verantwoordelijk voor ontwikkelingssamenwerking en landsverdediging op het kabinet van de eerste minister en reisde veel met de regering. “Dan zie je niet veel, dan zie je vooral vergaderruimtes en hotels en vliegtuigen maar je spreekt wel over de problematiek.“

 

“Later als parlementslid ging ik zelf mee op zending  en ben ik echt geconfronteerd met die zware problematiek.” Tijdens de laatste zending naar Benin heeft ze gezien hoe een vrouw in een ziekenhuis kwam bevallen. “Het enige wat die vrouw had was haar eigen kleding en een bolle buik, voor de rest had ze niks.” Hilde vertelde dat er in het ziekenhuis geen ontsmette instrumenten waren, ook geen handdoeken of stromend water. “ Ik heb het kind in mijn eigen sjaal gewikkeld en heb het een naam mogen geven, de moeder gaf ik mijn schoenen en geld. Als je de problemen van dichtbij gezien hebt kun je er veel meer gepassioneerd over spreken en meer mensen overtuigen.”

 

In het begin van uw carrière maakte u al deel uit van de Rwandacommissie, welke herinnering heeft u daaraan overgehouden?

 

 Vautmans: “Guy Verhofstadt was verslaggever, ik werkte voor hem en ik heb daar echt wel geleerd hoe ik een verslag moet maken en hoe je politiek onderhandelt.”  Hilde vindt dat politiek een tactisch spel is waarbij je op enkele punten dient te overdrijven om op andere punten je slag thuis te halen. “Dat kan je doen zolang je maar trouw blijft aan de waarheid.”

 

“Wat mij het meest is bijgebleven zijn de emoties tijdens het onderzoek. Ik hoorde al die getuigenissen en zag ouders letterlijk in elkaar zakken. Elke dag zat ze tot ’s nachts samen met de familieleden van de vermoorde para’s en Rwandezen. “Dat creëert een sterke band tussen de commissieleden, de familieleden en ook de pers.”

 

Ambitie

“Vermits een goed team zou ik het wel aankunnen denk ik”

 

 

 

 


Er wordt nu in de pers volop gespeculeerd over de nieuwe voorzitter voor Open VLD. Denkt u, hypothetisch, dat u zou deugen als voorzitter?

 

Vautmans: “Vermits een goed team zou ik het wel aankunnen denk ik.” Ze twijfelt wel of ze het graag zou doen omdat ze het moeilijk heeft met veel persaandacht. “Dat ligt mij niet zo goed want ik heb altijd veel stress en kan niet eten of slapen voor een tv-interview.” Een ministerpost is meer haar gading. “Als je in het parlement zit en je wil geen minister worden dan is er iets mis met je.” Ze is van mening dat een minister beter zijn visie op het beleid kan bepalen omdat aan die positie meer macht en gezag gekoppeld is. “Ik zou graag minister van Landsverdediging of Ontwikkelingssamenwerking worden”, zegt ze. Ze is van mening dat ze die domeinen goed kent en dat ze er een mooie visie over heeft.

 

Martijn Rogiers

1